maandag 11 oktober 2010

Bedankt voor de oogst!

Kalkoenen zijn zonder pardon noodzakelijke genodigden tijdens het Thanksgiving eetmaal. In the VS moeten ze er nog een maandje op wachten, maar in Canada bedankten ze gisteren en vandaag reeds voor de oogst. Over het algemeen eindigt de zomer deze kant van de grens een beetje vroeger, vandaar het verschil op de agenda.
Ik was gisteren uitgenodigd huize Reeves, en verliet de tafel nu al de derde keer op rij met een veel te volle maag. Op één of andere manier kom ik steeds in de huishoudens terecht waar men denkt het dubbele te moeten voorzien in het geval de genodigden niet genoeg zouden hebben! Eentje zat voor bijna een halve dag in de oven, terwijl de andere vogel met een vernuftige installatie in en uit een pot kokende olie werd gehesen gedurende 90 minuten.
De oogst is echter niet de hoofdreden waarom ik vandaag met luide stem BEDANKT uitschreeuw, en een bedankt is zeker en vast aan de orde op dit eigenste moment. De politieke situatie in mijn thuisland draagt ook al niet bij tot mijn huidige vreugde. De oorzaak is een bericht in mijn brievenbus in België dat duidt op de effectieve start van mijn immigratieproces, in een dossier dat ik opende op 20 februari 2008... Een medisch onderzoek en de afhandeling van een aantal administratieve kosten is het enige wat nog in de weg staat tussen mij en een Canadese nationaliteit, of een eerste vorm ervan althans. Ruim twee en een half jaar moest ik wachten op dit bevrijdend bericht - al blijft het nog steeds mogelijk dat ik niet word aanvaard. En net vandaag, wanneer men hier zijn dank betuigt voor de oogst, de vruchten van de aarde, rolt dit bericht binnen, net wanneer de immigratiewetten alweer zijn aangepast en mij verhinderen om mijn huidige werkvergunning te verlengen nadat ze vervalt begin maart volgend jaar. Wanneer alles goed gaat en ik mijn medisch dossier op tijd kan in orde brengen, zal ik voor het einde van 2010 uiteindelijk een esdoornblad op mijn paspoort zien verschijnen. Dus nogmaals... bedankt!

zaterdag 10 juli 2010

donderdag 25 maart 2010

Grote Beer

Op een heldere avond kan je in de Ardennen een heel pak sterren zien, tenminste op plaatsen waar wij met de KSA meestal naartoe gingen. Ik was steeds onder de indruk van de duizenden, misschien wel miljoenen stipjes aan de hemel. Elk stipje was verschillend in helderheid en kleur - als ik mijn niet-kleurenblinde vrienden mag geloven -, maar elk lichtpuntje, hoe klein ook, intrigeerde mij evenzeer. We waren steeds op zoek naar vallende sterren, en bij het kampvuur lagen we soms tot een kot in de nacht op de rug naar het hemelruim te staren.
Ik was jong, naïef en flapte er ongeveer alles uit wat in mijn hoofd opkwam - alleen de eerste eigenschap kan ik met zekerheid tot het verleden verbannen - wanneer we op een avond een paar minuten de tijd kregen om na het avondlied naar de sterren te kijken. “Kijk! De grote beer!” ik kon mijn opwinding met moeite verbergen, “Die hangt boven het huis van onze overbuur!” Thuis stonden we soms, bij het uitwuiven van late bezoekers, in de deuropening naar de sterren te kijken, mijn ma of pa zei altijd: “Kijk! De grote beer.” De leiders begonnen natuurlijk allemaal te lachen om mijn onschuldige onwetendheid, maar ik voelde mij opeens heel erg verbonden... als het ware dicht bij huis. Zelden heb ik een kamp willen verlaten, en zeker toen niet, maar op één of andere manier gaf die verbondenheid me een warm gevoel.
Vandaag ben ik in Waterloo, niet zo heel ver van die Ardennen, zou je kunnen denken, maar niets is minder waar. Ik ben in Waterloo, Ontario, op een 120 km van Toronto. Ik heb een opdracht aangenomen om een R&D afdeling van een billion dollar company efficiënter te maken, efficiënter als in goedkoper, sneller en beter. Niet door ontslagen of zo - dat is althans de bedoeling -, maar door samen te werken met de mensen, uit te vissen wat hun uitdagingen en problemen zijn, een paar druppels olie tussen de krakende onderdelen te gieten, hier en daar een aantal nutteloze en tijdrovende activiteiten te verwijderen en op andere plaatsen iets toe te voegen. Elke dag van de week 120 km heen en terug rijden is voor mij geen optie, dus huur ik af en toe een kamertje met ontbijt hier dichtbij. Gisteren trok ik net voor het slapen gaan mijn winterjas aan voor een korte wandeling. Waterloo is niet echt even donker als de Ardennen - al is het op vele manieren een pak donkerder -, maar er stonden duidelijk veel meer sterren aan de hemel dan in Toronto. Nog voor ik goed en wel besefte waarom, krulde mijn mondhoeken naar omhoog en voelde ik een warmte die niet van mijn winterjas afkomstig was. “Kijk! De grote beer!” hoorde ik in mijn achterhoofd. Daar stond het huis van mijn voormalige overbuur in de Hoogstraat in Lede, luttele meters verwijderd van de voordeur van mijn ouders.

vrijdag 25 december 2009

dinsdag 25 augustus 2009

Zwart

Terwijl mijn grootmoeder al een tijdje zit te wachten op lange epistels nieuws van over 't water, heb ik het moeilijk om de discipline te vinden om opnieuw regelmatig te schrijven. Geen gebrek aan onderwerpen nochtans: verkiezingen in Vlaanderen met hilarische tafeleren in het consulaat van België tot gevolg, de oprichting van het Canadese equivalent van een VZW ter promotie van Agile technieken in de lokale software wereld, mijn (en Cyriels) blitzbezoek aan België in juli, het bezoek van mijn nicht Lieselot en haar vriendin Laura hier, de langste staking ooit van het stadspersoneel met een openbaar stort tot gevolg, de tornado die vorige week nog door Toronto raasde, mijn vastgeketende fiets die vrijdagavond op mysterieuze wijze niet meer op mij stond te wachten wanneer ik een druk bezochte pub buitenstapte, en dan heb ik nog niets geschreven over wat er zich allemaal in mijn hoofd afspeelt.
Waarom zit ik nu dan te tokkelen op mijn toetsenbord? Wat ik zag op mijn weg van de supermarkt naar huis moet ik van me afschrijven, daarom zit ik nu aan mijn toestenbord...

Het is morgen en het ziet er stralend uit. Het zonnetje is van de partij en de bloedhete temperaturen van vorige week zijn gezakt naar een aangename 25 graden. Ik geniet van mijn ontbijt en een lekker kopje koffie op mijn balkon, en lees ondertussen rustig verder hoe Martin Lukes zich verder ontpopt tot het meest hatelijke hoofdpersonage dat ik ooit in een boek mocht ontmoeten. De enige drijfveer die mij blad na blad doet omdraaien is de hoop dat hij onderuit gaat, plat op zijn buik, en een les krijgt in nederigheid en respect voor anderen.
In een ander boek - ook eentje dat Bernard me als leesvoer meegaf tijdens onze aangename daguitstap op de Gentse Feesten - vond ik onder andere waarom positieve discriminatie niet noodzakelijk slecht en per definitie discriminerend hoeft te zijn, en hoe associaties waar we ons niet bewust van zijn, ons de objectiviteit ontnemen waar we zo graag te koop mee lopen, ik zonder twijfel op de eerste rij. Diezelfde associaties zijn zelfs zo subtiel verwerkt in onze woordenschat dat je waarschijnlijk al van bij de eerste aanblik van de titel een slecht gevoel krijgt.
Op de middag zie ik aan de stralende gezichten van mijn ouders dat hun uitstap naar Toronto dichterbij komt. Het is niet lang meer alvorens mijn ma mij opnieuw aan de borst kan drukken en mijn pa met een krachtige en welgemeende handdruk alle beentjes tot aan mijn pols terug op zijn plaats zet. Tegen haar gewoonte in - ik heb het niet van vreemden - denkt mijn ma zelfs al aan koffers pakken, en dat terwijl het nog meer dan een week is alvorens die op de transportband in Zaventem moeten worden gezet. Mijn gezicht straalt op elke mogelijke manier terug. In het achterhoofd plan ik al waar ik hen letterlijk te wandelen kan sturen, want ook ik kijk uit naar hun komst!
Net als alle rechtstreeks zonlicht aan mijn balkon is onttrokken gaat de telefoon. Al snel wordt duidelijk dat de coaching-job voor de Royal Bank of Canada, op slechts een kleine kilometer van hier, zo goed als in kannen en kruiken zit. Tel daarbij de twee dagen op die ik presteer voor een kleine VZW, en dan ben ik vanaf half september voor het eerst sinds maart vorig jaar voltijds betaald aan het werk. Het weer wordt enkel mooier. Nadeel is natuurlijk dat ik overdag niet met ma en pa het stad zal kunnen afdweilen, maar niet getreurd, dan wordt het des te leuker 's avonds.
Ook de organisatie van de AgileTour Toronto lijkt vandaag allemaal iets vlotter te lopen dan anders. Tijdens mijn vergadering met Parijs vermoed ik zelfs dat de mensen daar onder de indruk zijn van mijn gecertifieerd frans!
De avond begint zich stilaan klaar te maken, maar mijn koelkast lijkt te veel op het vriesrek van een uitverkopende nachtwinkel om nog voldoende creativiteit toe te laten en mijn dag af te sluiten met een zelfbereide feestmaaltijd. Dus loop ik nog snel even tot aan de supermarkt. Wat fruit, brocolli, champignons en een gemarineerde rib voor vanavond, een vers pak toiletpapier voor erna, en brood en charcuterie om morgenvroeg even kloek als vandaag voor de dag te komen.
Net waar ik de straat inwandel op weg naar mijn woonst zie ik een man voorovergebogen aan de kant zitten. Een jonge vrouw loopt er hysterisch rond terwijl ze aan het telefoneren is. De man blijkt een messteek in de keel gekregen te hebben, als toevallige voorbijganger, van iemand die op de vlucht was met een gestolen briefje van 20 dollar. "Gaat het? Is 911 al verwittigd?" is ongeveer het enige wat ik op dit moment wil weten. Een net aangeschafte rol WC-papier moet helpen om het bloeden af te remmen, tot wanneer de ambulance arriveert. De man is onder de omstandigheden vrij rustig en herhaalt voortdurend dat hij geen slecht mens is, dat hij hier enkel passeerde en zonder reden een mes in de keel kreeg. De politie arriveert en ondervraagt de man, kort daarna komt de ambulance toe. Ik hoor nog een korte beschrijving van de dader terwijl ik mijn weg verder zet naar huis. Ik ben geen ooggetuige en wil dus liever de mensen ter plekke hun werk laten doen.
"Hoe kan dit in een vredelievende stad als Toronto?!" Op weg naar huis verandert mijn gemoed van koel realisme en ernst naar teneergeslagenheid, van zonneschijn naar stortregen. Terwijl ik het positieve probeer te zien in de snelheid waarmee de man ter hulp werd gesneld, zie ik een straat verder politiewagens staan, opnieuw omringt door een paar nieuwsgierigen. "Wat is hier gebeurd?" vraag ik aan iemand die leek alsof hij op het puntje van zijn stoel naar een politieserie zat te kijken, volledig onder de adrenaline van de opwinding in de buurt. "Ze hebben een man gearresteerd, ik weet niet waarom." "Was hij vrij struis gebouwd? Had hij dread locks? Was hij zwart? Droeg hij een blauw hemd?" Slechts twee straten verder - en hoogst waarschijnlijk minder dan tien minuten later - alvorens de vermeende dader is opgepakt. Ik wandel verder en zeg nog: "Wel, ik ben blij dat ze hem te pakken hebben."
Het is jammer, doodjammer, de weg naar huis lijkt kilometers lang, terwijl ik slechts een blok van mijn woning ben verwijderd. Sinds een bepaald hoofdstuk uit Blink mijn onbewust bewustzijn door elkaar rammelde, ben ik veel meer met mijn gedachten bij het nu en het hier, in een oprechte poging om mijn objectiviteit objectief te bekritiseren. En dan dit.
Gelukkig is het slachtoffer er lichamelijk niet te erg aan toe, en hopelijk loopt hij ook mentaal geen onherroepelijke schade op. Gelukkig is de dader opgepakt en hopelijk leert hij uit deze onwaarschijnlijk hoge kost voor een biljet van 20 dollar. Maar jammer genoeg zullen deze feiten in vele hoofden het woord zwart alweer donkerder hebben gekleurd...

zaterdag 16 mei 2009

Willen

"Je kan alles aan, als je het maar genoeg wil." Een mantra waar iedereen zich waarschijnlijk al meerdere malen heeft aan recht getrokken: studenten in examenperiodes, sporters tijdens de finale van belangrijke wedstrijden, politici in de laatste rechte lijn naar de verkiezingen, kinderen die hun eerste stapjes op twee benen wagen, noem maar op.
Begin februari dit jaar kreeg ik het bericht dat ik voor mijn aanvraag voor Canadees burgerschap - wat ik ruim een jaar eerder bij de ambassade in Parijs had ingediend - erkende documenten nodig had om mijn taalvaardigheid in de twee officiële landstalen te bewijzen. Toen ik woensdag de resultaten van zowel mijn franse als engelse testen kon afhalen, was ik eindelijk klaar om mijn dossier te vervolledigen en op te sturen naar de stad van de Moulin Rouge.
Maar onze hersenen kunnen als geen ander negatieve ervaringen naar de achtergrond duwen, en dus bleek de vrijdagmorgen die ik mezelf had gegeven om dit werkje te klaren ruim onvoldoende. Op één of andere manier had ik alweer geen rekening gehouden met de onduidelijkheid en complexiteit van de instructies van Canadese overheidsinstanties, waarvan ik sterk vermoed dat ze aan de basis liggen van de verveelvoudiging van het aantal grijze haren op mijn schedel. Dus in plaats van in de vroege namiddag bij de fotograaf langs te kunnen gaan om met recente foto's mijn dossier af te sluiten, zette ik omstreeks twee uur deze morgen de laatste nodige handtekening onder één van de documenten.
Het dossier telt momenteel een begeleidende brief en 36 bladzijden aan addenda, exclusief de 4 foto's volgens de juiste maten en gewichten, een attest van goed gedrag en zeden en een geboortecertificaat. De kans dat ik deze laatste documenten nog voor het ultimatum van 6 juni kan bemachtigen en ondertekenen is onwaarschijnlijk, dus ik hoop ze na te kunnen sturen.
De aard van de gevraagde gegevens is ronduit absurd. Er is onder andere een lijst van elke keer dat ik het Belgische grondgebied heb verlaten tijdens de laatste tien jaar. Ik kan mij persoonlijk niet meer herinneren wanneer ik de grens naar Nederland overstak, met de wagen, of zelfs met mijn fiets op weg naar de Westerschelde. Of de keren dat ik in Auchan een paar flessen wijn in mijn wagen laadde. Ik herinner mij zelfs niet precies wanneer ik op weg was naar besneeuwde bergtoppen om met latten onder mijn voeten naar beneden te glijden. Als je 33 bent, in een land als België woont, amper groter dan het meer dat ik vanaf mijn keukentafel hier kan bewonderen, en genoeg hebt aan zes vakjes om aan te geven wanneer je het grondgebied hebt verlaten, dan lijkt mij de kans dat je een document wil invullen om een extra nationaliteit aan te vragen... bijzonder klein.
Bovenop de kostprijs en het geduld dat iemand aan de dag moet leggen om de hele paperassenmolen zijn werk te laten doen, komt nu ook de moeilijkheid om de gevraagde documentatie aan te leveren. Dit versterkt enkel maar het vermoeden dat men wil testen hoe erg je deze procedure wel wil doorworstelen, hoe graag je een esdoornblad op je paspoort wil zien verschijnen. Maar blijkbaar heb ik mij ook nu niet laten ontmoedigen door deze artificiële obstakels, en dat heb ik dan weer te danken aan dat mantra: "Je kan alles aan, als je het maar genoeg wil."

woensdag 18 maart 2009

Controle

Bijna nooit wil ik de controle echt uit handen geven. En als ik het dan toch doe, dan geloof ik dat ik, wanneer ik het wil, de teugels terug naar mij toe kan trekken. Mijn boterham smeren, mijn hemd strijken, zelfs mijn handdoeken opvouwen... ik en alleen ik zeg hoe het moet!
Geen wonder dat ik me in gedachten nooit veilig heb gevoeld achter het stuur van een wagen met automatische versnellingsbak. En na aan de balie van de huurwagens in de luchthaven van Halifax te vragen - goed wetende dat het antwoord negatief zou zijn - of er een standard ter beschikking was, had ik mijn laatste troef uitgespeeld om alsnog volledige controle te krijgen over het vehikel waarmee ik in de hoofdstad van Nova Scotia zou rondtoeren. Men moest en zou mij een lesje leren, het universum lag op de loer om mij de controle af te nemen waaraan ik zoveel belang hecht.
Blijkbaar moet datzelfde universum al van in het begin met mij meegevoeld hebben, want het gaf mij niet minder dan een nagelnieuwe Pontiac G8 met amper 34 kilometer op de teller, Knalrood, met zwart lederen interieur. Als mijn Saab al indruk maakte op menig vrouwelijk schoon, dan moest deze amerikaan dat zeker doen!
Dus hier ben ik, op de baan. Licht nerveus trap ik in het begin meermaals op de veel te grote rempedaal, terwijl ik denk dat ik enkel ontkoppel. Mevrouw Garmin leidt mij veilig langs de mooie wegen op weg naar mijn hotel in het midden van de stad, vlak naast het water.
Halifax ligt aan een grote smalle baai, en op weg van de luchthaven naar de stad moet je over een imposante tol-brug. Aan het loket met de boodschap wisselgeld geef ik de vriendelijke man een toonie. Hij geeft me wat kleingeld terug en laat me weten dat ik geacht word zelf dat geld in de mand te werpen, om de slagbomen te openen. Met een glimlach op het aangezicht neem ik een beetje van mijn vrijheid terug, zelf de slagbomen controlerend.
Ik ben bijna ter plekke, en begin stilaan moe te worden, onder stress van nieuwe verkeersregels, ongekende banen, en een nog steeds niet volledig controleerbare wagen. Gelukkig zie ik het hotel voor me, nog slechts 200 meter te gaan. Maar dan plots. Een flitsend licht in de achteruitkijkspiegel verblindt me bijna, en opnieuw, en opnieuw, een blauw knipperlicht. De politiewagen achter me probeert me iets duidelijk te maken, en ik vraag me af wat ik moet doen. Ik ga aan de kant staan en wacht tot er iets gebeurt. Wat heb ik gedaan? Ben ik een éénrichtingsstraat ingereden? Heb ik mijn richtingaanwijzer niet gebruikt?
Onder de indruk van de langdurige wapenstilstand, stap ik uit de wagen en zet ik aan richting politie. "Sir, stay in the car!" krijg ik van een vastberaden stem te horen.
"Excuseer, maar wat is er gebeurd?"
"Ik zei, blijf in de wagen!"
De stem klinkt ineens veel meer boos dan vastberaden, dus ik stap terug in de wagen. Onverstaanbaar in mijn binnenste vloekend denk ik aan wat er allemaal kan gebeuren. Ik zie beelden voor mij van opgepakte yankees in goedkope reality shows, onbetaalbare boetes, een blaam bij mijn nieuwe klant die voor de huurwagen instaat, noem maar op. Wanneer de stem vergezeld door een zaklamp richting mijn wagen komt, hou ik mijn zetel vast. We zijn ondertussen al ruim 5 minuten later.
"Dag meneer, weet u waarom ik u gestopt heb?"
"Absoluut niet, meneer."
"U reed te snel."
"Oh, daar was ik helemaal niet van op de hoogte, mijn excuses daarvoor."
"U reed 70 waar u maar 40 mocht."
"Echt? Het spijt me echt, ik heb geen bord gezien. Maar sta me toe mijn situatie toe te lichten. Ik ben Europeaan en het is de eerste keer dat ik in Noord-Amerika rondrij, en tevens de eerste keer dat ik een wagen met automatische versnellingsbak bestuur. Ik probeer zoveel mogelijk op de verkeersregels te letten, maar telkens ik op mijn dashbord kijk, blijk ik te snel te rijden, en rem ik af."
De agent stelt nog enkele vragen, en wanneer hij weet van wie de wagen is, waar ik vandaan kom, wat ik in Halifax kom doen, of ik een werkvergunning heb en waar ik logeer, keert hij met mijn paspoort en rijbewijs terug naar zijn vehikel. In de 10 minuten die daarop volgen kom ik via een sms-gesprek te weten dat de boete rond de 220$ zal bedragen. Wanneer de agent terugkomt vraagt hij me naar de papieren van mijn knalrode Pontiac. Ik open alles waar een handvat aan vastzit, maar geen papieren te vinden.
"Kan ik het huurcontract dan zien? Normaal gezien zitten de documenten van de wagen daarbij."
Ik wil het autoportier openslaan om mijn laptop-tas met de papieren uit de koffer te halen, maar opnieuw word ik geboden in de wagen te blijven zitten.
"U moet op elk moment de papieren kunnen laten zien zonder uit de wagen te stappen!"
Opnieuw loopt de agent met mijn rijbewijs en paspoort naar zijn wagen, voor slechts 5 minuten deze keer.
"Ik ben zelf van Europa, dus ik zal je deze keer laten gaan. Ik ga je niet beboeten. En zorg ervoor dat je vanaf nu minder hard op het gaspedaal drukt. Wij, de militaire politie, zijn erg tolerant, de stadspolitie zal dat niet zijn. Een goeie reis nog."
Even dacht ik eraan uit de wagen te stappen en de opeens zo vriendelijke man een Canadese knuffel van jewelste te geven, maar dan flitste "in de wagen blijven zitten" opnieuw door mijn hoofd. Na een vriendelijke dankuwel vervolmaakte ik dus maar tegen 20 kilometer per uur de laatste meters naar mijn hotel.

vrijdag 6 maart 2009

Belangrijk

"Gelieve nog even te blijven zitten om de familie achteraan het vliegtuig eerst te laten afstappen." Terwijl - op basis van de gegenereerde decibels tijdens de vlucht en de relatieve hoogte van hun onderkaak ten opzichte van hun oren - een stel duidelijk belangrijke personages naar voor schuifelden, genietend van de aandacht die hen te beurt viel, wilde ik hen nog vragen: "Wat in hemelsnaam maakt jullie zo belangrijk?" Een paar uur vroeger was me bij het opstappen al opgevallen dat de leider van de clan der belangrijke mensen helemaal achteraan het vliegtuig recht stond en zichtbaar afkeurde hoe zijn ondergeschikten in zijn aanwezigheid het vliegtuig betraden. Zijn militair uniform moet hem terug verheven hebben tot een positie van weleer. Maar recht geschiedde wanneer ruim 45 minuten later zijn bagage van de band rolde samen met de mijne, een les in bescheidenheid, misschien zelfs nederigheid.
Zondagavond in Halifax rolden onze koffers ook samen met alle andere van de band, ook al hing er een fluorescent oranje sticker met het woord "prioriteit" aan, één van de leuke, maar nutteloze gevolgen van een ticket in business klasse. Het leukste gevolg was natuurlijk de maaltijd, de superdeluxe zetel die je volledig plat kan leggen en de extra gemaakte glimlach van de airhostessen.
Daarentegen echt belangrijk, was de week die mijn nieuwe collega en ik samen bij een klant hebben doorgebracht. Belangrijk voor de klant, want ons professioneel advies heeft hem niet alleen deze week vooruit geholpen, vooral in de toekomst zal hij de vruchten van onze positieve invloed kunnen plukken. Ook belangrijk voor mijn klant, want nu is zijn vertrouwen in mij gestaafd door én een goed gevoel én onze samenwerking. En natuurlijk was dit ook uiterst belangrijk voor mezelf. Terwijl mijn advocaat mijn belangen verdedigt bij de Canadese overheid, kon ik mijn eerste dagen doorbrengen als coach voor een Canadees bedrijf.
Negen maanden heb ik er op moeten wachten, negen maanden zonder één Loonie te verdienen. Maar wanneer ik volgende week in Waterloo doorbreng, de week erna terug in Halifax, en de week daarop dicht bij San Fransico in Silicon Valley een klant moet gaan begeleiden, dan is dat enkel een bevestiging dat mijn grenzeloos vertrouwen in de goede afloop van de dingen geen daad is van onbezonnenheid, van naïviteit of van misplaatste arrogantie. Het is het waar worden van een droom die ik al van op de schoolbanken koesterde: reizen, nieuwe mensen leren kennen, ze helpen, cultuur opsnuiven en altijd bijleren, en dat terwijl op het einde van de maand genoeg op mijn bankrekening wordt gestort om het tot de volgende maand uit te zingen!

woensdag 25 februari 2009

Mardi gras

Als je in Aalst geboren bent moet de wereld al vergaan voor je verschiet van wat er op carnaval dinsdag allemaal kan gebeuren. Al van je eerste kinderjaren leer je dat de Oilsjterse straten dan vooral met massa's vergane confetti en veel te blote valse madammen zijn bezaaid. En ook al zijn de meningen over de voil janetten verdeeld, het verhaal erachter heb ik altijd heel erg mooi gevonden. Alleen omdat de arbeiders in industriesteden zoals Aalst zich in de 18de eeuw geen dure pakken en maskers konden veroorloven - zoals de rijken dat wel konden - vierden ze vastenavond in de kleren van hun vrouw. Zeg nu zelf, dat is toch pure romantiek! Neen, Aalstenaar van geboorte zijnde, was ik zelfs niet verrast toen ik enkele jaren geleden op Mardi Gras in Méribel een non en een leeuw van de skipiste zag glijden.
Maar ook hier ben ik al één en ander gewoon geworden. Ondertussen heb ik voor de tweede keer een verwerping van mijn aanvraag voor een werkvergunning geïncasseerd. Ik heb in hun eigen omgeving aboriginals zien zingen en dansen rond een grote ronde trom. Ik heb sinds twee weken een zware ontsteking in mijn elleboog, en daardoor heb ik heel wat wijsheid opgedaan wat betreft de gratis Canadese gezondheidszorg. Sommige gecertifieerde immigratie-advocaten weten minder over het onderwerp dan ikzelf. Uit een officiële intelligentietest blijk ik slimmer dan ik zelf dacht. En vorige week nog stond ik voor een hoofdzakelijk universitair geschoold publiek uit te leggen hoe je een keukenwekker in de vorm van een tomaat 25 minuten kan laat aftellen. Zeg nu zelf, waarvan zou ik nu nog kunnen verschieten?
Om precies 7:44 deze avond kreeg ik telefoon van een potentiële klant. Hij vroeg me hoe ik me voelde. Eerlijk als altijd zei ik dat ik me opperbest voelde en helemaal in mijn nopjes omdat ik de speelkaarten aan het snijden was van een business spel dat ik ontwikkelde om in augustus een plaatsje te veroveren op de agenda van een conferentie in Chicago. Hij was zo vriendelijk en typisch Canadees om interesse te tonen en een woordje meer uitleg te vragen. Maar al snel veranderde hij van onderwerp en vroeg me of ik volgende maandag kon beginnen. Nog voor ik het goed en wel besefte kwamen er een heel pak vragen in mij op. Beginnen als in werken? Beginnen als in op tijd opstaan, boterhammen smeren en je haasten om niet te laat te zijn? Beginnen als in 's nachts om 3u in bed liggen om er 's morgens uit te kunnen? Beginnen als in niet meer op elk moment van de dag een koffie kunnen gaan drinken in mijn favoriete espresso-bar? Zo beginnen? Inderdaad, zo beginnen. Op maandag 3 maart, misschien zelfs niet hier in Toronto.
Dus eindelijk is de kogel door de kerk, eindelijk is de paperassenknoop ontrafeld en kan ik het eerste contract ondertekenen, eindelijk kan ik mijn eerste echte Canadese dollars verdienen - al is dat niet helemaal waar sinds ik vorige week 28$ met de loterij gewonnen heb. Morgen heb ik een vergadering erover, om 9 uur, dat is binnen... 6 uur. Meer uitleg zal dus voor een andere keer zijn.
Eén ding is zeker, op Mardi Gras in 2009 ben ik alleszins verschoten...

vrijdag 16 januari 2009

Welkom in Canada!

Woensdag, even over de middag. De airbus die mij de oceaan overvloog zet zijn wielen aan de grond. Een paar minuten geleden heeft het multimediasysteem mij nog de laatste momenten van een live performance van Dark Side of The Moon door Pink Floyd ontnomen. Enkel de gebruikelijke controles in niemandsland door en dan kan ik uiteindelijk terug de Canadese lucht inademen. Immigratie is de laatste controlepost.
"Waarom bent u hier meneer?"
"Ik ben op bezoek bij vrienden."
"Waar logeert u?"
"Ik huur een appartement."
"U huurt een appartement?"
"Jazeker, ik huur een appartement op Sherbourne en Shuter downtown Toronto."
"Wat is uw beroep?"
"Ik ben zelfstandig IT consulent."
"Werkt u hier? Want op uw formulier staat dat u enkel bezoeker bent, maar u blijft wel voor 6 maanden."
"Neen, ik werk hier niet. Ik heb geen werkvergunning, dus ik mag hier niet werken."
"Maar ik merk dat u een aanvraag heeft ingediend voor werkvergunning in Buffalo."
"Inderdaad, maar zolang die niet is goedgekeurd kan en mag ik hier dus ook niet werken. Uiteraard wil ik hier wel graag werken, maar zolang niet alles in orde is, ben ik gewoon bezoeker."
"Dus u werkt hier niet?"
"Neen, ik heb geen werkvergunning, dus ik mag hier niet werken."
"Hebt u hier klanten?"
"Neen, ik heb wel prospects, maar zolang als ik geen werkvergunning heb, kan ik niet voor hen werken, en worden zij dus geen klant."
Bam! Stempel op het immigratieformulier. Welkom in Canada!
Binnen. Eindelijk! Nog snel even de bagage ophalen en dan onmiddellijk een taxi zoeken. In het verleden kon ik makkelijk met twee koffers en handbagage de metro op, maar nu ik mezelf nog extra beladen heb met mijn gitaar, is het de moeite waard om een paar dollars extra te betalen voor een comfortabele taxi-rit. Daarenboven blijf ik in een taxi gespaard van de laatste 700 meter die ik anders bloothands te voet zou moeten afleggen in de bittere kou. Snel even de post doornemen, maar geen nieuws van het consulaat.
Ik ben nog geen twee uur thuis en ik krijg een telefoontje van een potentiële klant.
"Enig bezwaar tegen een contract in Groot-Britannië?"
"Euh... ik ben net twee uur terug uit België. Maar waarom niet?"
"Wel, ik heb mogelijk een opdracht voor jou waarbij je gedurende twee tot drie maand elke twee weken een week in de buurt van Manchester zou moeten spenderen. Zie je dat zitten?"
Nog geen nieuws dus van het consulaat, maar wel een klant die mij een opdracht in Manchester wil geven. Gelukkig voor mij is het voor een Belg makkelijker om in Groot-Britannië aan de slag te gaan dan in Canada, en kan ik op die manier toch voor een Canadees bedrijf mijn waarde bewijzen. Want jawel, een bedrijf uit Manchester zou deze Canadese firma betalen om mij als Belg vanuit Toronto naar daar over te vliegen. Zou, want absolute zekerheid bestaat hierover helemaal nog niet. En voor mij komt het wel goed uit, want eerlijk gezegd, zolang ik het zout op mijn patatten kan verdienen heb ik eigenlijk geen werkvergunning nodig, al zou het natuurlijk een pak handiger zijn. Welkom in Canada! Zie je het zitten om het vliegtuig naar Manchester te nemen?
De vriendelijke taxi-chauffeur uit Amritsar indachtig - hij weende bijna van geluk toen ik hem vertelde dat ik er in April ben geweest -, mij waarschuwend voor de koude temperaturen die in aantocht zijn, steek ik voor alle zekerheid een stevige winterjas aan. Het is net voor middernacht als ik te voet terugkeer naar huis, en ik begrijp precies wat hij bedoelt... Twee minuten in de barre koude is genoeg om je handen tot onbeweeglijke ijsklompen om te vormen, handschoenen zijn dus geen overbodige luxe. Bij een gevoelstemperatuur tot -40°C heeft zelfs een electriciteitscentrale het begeven en zit een deel van de stad zonder licht of verwarming. Maar eens bij mij op het appartement aangekomen is het lekker warm, en kan ik in mijn bloot bovenlijf van achter het glas genieten van een zalig wit landschap in deze heldere nacht. Welkom in Canada! 

maandag 5 januari 2009

Beste wensen!

Op het einde van vorig jaar kwam ik uren, dagen en weken te kort hier in België, en het nieuwe jaar is al minstens even druk begonnen. Jammer genoeg ontbreekt het me momenteel aan tijd om lange volzinnen op deze pagina te plaatsen, maar een klein nieuwjaarsberichtje kan er nog net af. In elk geval, vanaf volgende week trek ik de wintermuts over mijn oren, want dan zit ik terug aan de andere kant van de plas en hoop ik wat meer woorden te kunnen neerschrijven.
Maar intussen wens ik elk van jullie het allerbeste voor dit nieuwe jaar, ongetwijfeld alweer een jaar vol onverwachte wendingen en opportuniteiten. En omdat iedereen elk jaar start met goede voornemens, gooi ik hier de mijne te grabbel: Ik wil dat 2009 minstens even spannend wordt als 2008!

zaterdag 22 november 2008

10 tips

Om zoveel mogelijk last te hebben van een jet lag:
  1. Slaap vooral niet op het vliegtuig
  2. Plan een feest onmiddellijk na je landing op Zaventem
  3. Zorg dat er tegen de avond nog een concert op de agenda staat
  4. Blijf niet liggen als je om 3u 's morgens wakker schiet, maakt niet uit hoe moe je bent
  5. Prop je dagen stampvol zodat je constant in de weer bent, dan denk je niet aan slapen
  6. Ga niet naar bed wanneer je moe bent, wacht tot 's avonds laat, tot de vermoeidheid terug een beetje zoek raakt
  7. Zorg dat je op een conferentie instaat voor de spellenavond, en breek de leute niet af voor 2u30 's morgens
  8. Zorg dat je de laatste sessie geeft op die conferentie waardoor je geest een hele week bezet is
  9. Zorg dat je na een rit van Eindhoven naar Gent door wind, sneeuw en regen naar de Zesdaagse van Gent gaat op de eerste avond dat je geest vrij is
  10. Ga nog niet onmiddellijk slapen als je thuis komt tegen 2u, kijk eerst nog naar Wallace and Gromit

zondag 16 november 2008

Afkomst

De Art Gallery of Ontario was lange tijd gesloten omwille van werken, en vrijdag was uiteindelijk de langverwachte grote opening. Het hele weekend kon je gratis de immense gallerij betreden en voor de gelegenheid was het sluitingsuur verlaat tot middernacht. Aangezien ik ondertussen terug in België ben - ook al heb ik dit artikel op Canadese bodem geschreven -, kon ik niet anders dan vrijdagavond een kijkje gaan nemen in dit prachtige gebouw, op slechts een dikke kilometer van mijn appartementje in Toronto. Al een paar weken geleden had ik met Allison afgesproken, dus gisteren tegen 7u 's avonds zagen we elkaar op de hoek van Dundas en University Street.
Wanneer we echter langs de voorkant van het gebouw liepen en op zoek waren naar het achterste van de lijn geïnteresseerde wachtenden, kon ik mijn ogen bijna niet geloven. Niet om de hoek, niet achter de tenten die waren bedoeld om geduldige bezoekers te beschermen tegen de regen, niet achter de eerste honderd meter, maar ruim een blok verder, ruim 400 meter verder - volgens Google maps was de rij iets over 440 meter lang - stond de laatste in de rij te wachten! In termen van lengte was dit waarschijnlijk de langste die ik ooit heb gezien, al kwam de check-in rij in Mumbai luchthaven op 2 mei dit jaar enorm dicht in de buurt. Maar de verhouding lengte van de rij over het geduld waarmee de wachtenden die rij te lijf gingen had ik zelfs in mijn stoutste dromen niet voor mogelijk geacht. Ik stond sprakeloos wanneer Allison zonder morren achteraan plaats nam, wel-is-waar met een lichte glimlach op het aangezicht omwille van de belachelijke afstand die we al aanschuivend zouden moeten volmaken. Fascinerend was het!
Terwijl wij al richting ingang van de gallerij aan het kruipen waren, zagen we nog steeds mensen passeren op zoek naar het enige plaatsje om in te schuiven, achteraan. Ik maakte Allison mijn ongeloof duidelijk en verwees naar het feit dat in België met absolute zekerheid tal van mensen in het midden van de rij zouden proberen infiltreren, en het gemor de algemene gemoedstoestand zou kelderen. En plots besefte ik: Canada heeft dit geërfd van de Britten.
Ik herinner mij nog steeds de introductie die we kregen bij de voorbereiding van onze Londen-reis in de vierde humaniora. "Als je een bus of een metro wil opstappen, ga dan naast de deuren staan en laat de mensen eerst uitstappen alvorens je zelf probeert op te stappen." Nu lijkt het mij vanzelfsprekend, maar ik weet goed dat slechts dan tot mij doordrong dat dit toen in België helemaal geen gewoonte was. 
We kwamen tot de constatatie dat culturele erfenis een verschrikkelijk bizar gegeven is. Enerzijds oefent de Britse kroon nog steeds een invloed uit, maar anderzijds woont het overgrote merendeel van de Canadezen op slechts een paar uur rijden van de grens met hun zuiderburen, en verwacht je in alles een veel grotere invloed van de Verenigde Staten dan van gelijk welk ander volk. In eetcultuur, financiën, taal en op tal van andere vlakken is deze Amerikaanse invloed absoluut aanwezig, maar als het op hoffelijkheid en oplijnbaarheid aankomt, is een doorsnee Canadees een blauwdruk van een equivalent in Groot-Brittanië.
Niet alleen bij een gratis openingsavond van een gallerij, maar ook op uitgaansnachten is aanschuiven één van de verplichte activiteiten wanneer je een pint wil gaan drinken in een populaire pub. Terwijl ik zelfs geen seconde wil overwegen om in een rij te gaan staan voor een plaatsje aan de bar, kan je op tal van plaatsen lange rijen mensen zien die goedgemutst langs de kant van het trottoir wachten tot wanneer de buitenwipper vindt dat er plaats genoeg is voor nieuw volk. In de metro waan je je bijna in Londen, en op de snelweg zal je zelden auto's tegen hoge snelheid zien bumperen
En terwijl ik dit hier schrijf zie ik mensen aanschuiven om hun plaatsje op het vliegtuig in te nemen. Ik laat het aan mij voorbij gaan. 35a is het nummer van de zetel met mijn naam op, en die zal er binnen 15 minuutjes ook nog zijn.

donderdag 13 november 2008

Herdenken

Als kind was ik ervan overtuigd dat we op 11 november een dagje vrij kregen om ons nieuwe speelgoed uit te proberen. Ik ben namelijk opgegroeid in Lede bij Aalst, en het is een publiek geheim dat daar de echte Sint langs komt, hij doet dit niet op 6 december, maar bijna een volledige maand vroeger. Sint-Maarten is een uiterst wijze, maar oude man, en hij kan dus onmogelijk in één nacht alle daken van België, laat staan van de wereld, beklimmen om al dat lekkers en speelgoed in de schouw te laten zakken. Hij heeft zijn werkdomein noodgedwongen beperkt tot de streek rond Aalst - en nog ergens een uithoek van het land, als ik mij niet vergis. Een horde helpers zorgt ervoor dat iedereen op 6 december dezelfde behandeling krijgt. Maar, zoals ik al schreef, de enige echte komt langs op 11 november, ik vond het dus maar normaal dat de schooldirecteur die dag de kindjes verlof gunt.
Pas vele jaren later besefte ik dat op deze dag ook de wapenstilstand tijdens de eerste wereldoorlog wordt aangehaald voor de herdenking van alle oorlogsslachtoffers en soldaten die hun land dienden, en ook nu nog hun families achterlaten om dit te doen. Als lid van het Engelse Gemenebest werd Canada betrokken bij de eerste wereldoorlog, de talrijke oorlogsgraven in de westhoek getuigen daar vandaag nog steeds van, de duizenden namen van nog altijd vermiste soldaten op de Menenpoort in Ieper worden jaarlijks gelezen door velen van hun landgenoten.
Voor het eerst kreeg ik een glimp te zien van de diepe wonden die beide wereldoorlogen in de Canadese zielen heeft geslaan, wanneer ik vorig jaar met Allison een aantal van die oorlogsmonumenten bezocht. Ik stond versteld van haar kennis, interesse en betrokkenheid. En sinds ik hier woon, en tal van mensen me aanspreken over wat er tijdens de oorlogen is gebeurd, weet ik dat dit medeleven in iedereen aanwezig is. En elkeen is zich bewust van de ernst van de gebeurtenissen, mijn inziens meer dan de gemiddelde Vlaming.
Maar wat ligt precies aan de basis van deze betrokkenheid, waarom zijn deze mensen ook vandaag nog zo onder de indruk van wat zich 90 jaar terug terug op meer dan 5000 km van hun bed afspeelde? Het antwoord is te vinden in de film Passchendaele - in het Engels als passion-dale uitgesproken -, die deze zomer tijdens het filmfestival werd voorgesteld. De slag om Passendale was een onderdeel van de derde slag om Ieper tijdens de eerste wereldoorlog, en wordt in Engelstalige literatuur als één van de belangrijkste gebeurtenissen van die oorlog beschouwd. Zelfs de metal band Iron Maiden heeft er een nummer aan gewijd. Maar Passchendaele was voor Canada veel meer dan een veldslag in een afschuwelijke oorlog. Het was de eerste keer dat het als onafhankelijke natie, los van het Britse Koninkrijk, zijn rol opeiste in de wereldpolitiek. Het was als het ware de sluitsteen van de staat. Canada startte de oorlog onder de Britse kroon, en verliet hem als een onafhankelijke natie.
Geen wonder dat naar deze gebeurtenissen wordt gerefereerd in het nationale volkslied O Canada, geen wonder dat voor het oude stadhuis van Toronto een oorlogsmonument aan deze slag herinnert. Geen wonder dat precies daar een paar duizend mensen de barre koude trotseerden op de elfde dag van de elfde maand, gesaluteerd door een passage van militaire vliegtuigen om precies elf over elf. Jong en oud, militair en burger, blank en zwart, allemaal getooid met een poppy, een symbool herinnerend aan de Vlaamse velden, beschreven in In Flanders Fields, een gedicht dat de Canadese Luitenant Kolonel John McCrae neerpende in de loopgraven. Hij zou de oorlog nooit levend verlaten. Het gedicht is waarschijnlijk het bekendste oorlogsgedicht ooit, en staat gegraveerd aan de ingang van de Pax poort in Diksmuide. Talrijke Vlaamse dichters hebben het vertaald, net als Tom Lanoye.

In Vlaamse velden (Tom Lanoye, 2000)
In Vlaamse velden klappen rozen open
Tussen witte kruisjes, rij op rij,
Die onze plaats hier merken, wijl in 't zwerk
De leeuweriken fluitend werken, onverhoord
Verstomd door het gebulder op de grond.
Wij zijn de doden. Zo-even leefden wij.
Wij dronken dauw. De zon zagen wij zakken.
Wij kusten en werden gekust. Nu rusten wij
In Vlaamse velden voor de Vlaamse kust.
Toe: trekt gij ons krakeel aan met de vijand.
Aan u passeren wij, met zwakke hand, de fakkel.
Houd hem hoog. Weest gij de helden. Laat de doden
Die wij zijn niet stikken of wij vinden slaap noch
Vrede - ook al klappen zoveel rozen open
In zovele Vlaamse velden.

maandag 10 november 2008

Steentjes

The Nature of Diamonds heet de tentoonstelling die momenteel in het ROM loopt. En aangezien België in het buitenland bekend is voor bier, chocolade en diamanten, vond ik het belangrijk een kijkje te gaan nemen, al was het maar om te zien in welke mate Antwerpen was vertegenwoordigd.
Ik was op stap met een Australische studente Frans, dus ik was blij dat de uitleg bij de tentoonstelling in beide landstalen was beschreven. Een schitterende opportuniteit voor haar om een paar woordjes bij te leren over deze speciale steensoort. Maar na een hartelijke welkom was er geen enkele letter Frans meer te bespeuren, tenzij dan Louis in het bordje bij een diamanten ring ten tijde van Louis XIV. Tot zover dus de Canadese tweetaligheid, tot zover de Franse les. Tot zover ook mijn dominantie wat talenkennis betrof, vanaf dan nam zij de scepter over...
Want hetzelfde nadeel als bij het jaarlijkse vuurwerk tijdens de Gentse feesten kwam ook hier duidelijk naar boven. Voor mij is diamant diamant, de extreem gele en zwarte soorten kan ik nog enigszins van de doorzichtige onderscheiden, maar alle andere schakeringen zijn voor mij één grote pot nat. En aangezien de helft van de tentoonstelling aan de verschillende kleuren van de steentjes was gewijd, was er voor mij niet altijd evenveel te beleven. Mijn kleurenblindheid heeft vorige week trouwens ook weer danig opgespeeld. "Ga jij dat shirt aantrekken voor een rock concert?" was de vraag. "Wat is er mis met dit groene T-shirt?" repliceerde ik zo snel ik kon... tot wanneer bleek dat mijn lievelingsshirt van deze zomer roze was... Ik was duidelijk ondergeschikt aan het kleurenonderscheidingsvermogen van mijn mede museumbezoeker.
Maar reeds van voor we de tentoonstelling binnenstapten had ik duidelijk gemaakt dat Antwerpen de hoofdstad van de diamantnijverheid was, de slijpspecialisten in 't Stad te vinden waren en de ruwe diamant destijds van onze kolonie kwam. België was als het ware de Brussel Nieuwstraat, of op zijn minst Antwerpen Meir op het speelbord van de diamantenmonopolie. Hierover wist ik meer, in kennis van de diamantenindustrie kon ik absoluut mijn dominante zelf laten zegevieren. Maar hoe langer we van de ene steen naar de andere liepen - uiteraard allemaal beschermd door dikke glazen wanden - werd duidelijk dat Antwerpen zelfs niet één keer zou worden vermeld. Wanneer ze dan ook nog eens duidelijk maakte dat haar pa juwelier was, had ik alweer geen woorden meer toe te voegen.
Gedomineerd op alle vlakken, slenterde ik door de tentoonstelling met mijn nochtans uiterst charmante metgezel. En terwijl ik de schitteringen tot mij liet komen bedacht ik plots het volgende: wat is er zo speciaal aan een diamant? Wat maakt een diamant meer waard dan een, zeg maar, bergkristal? Als je een kind met beide steentjes confronteert, zal het dan meer aandacht schenken aan de duurste? Uiteraard, diamanten hebben door hun hardheid een belangrijke functie in de industrie, maar de steentjes die voor deze doeleinden worden gebruikt worden al jarenlang gekweekt in laboratoria. Is het dan niet belachelijk dat we tientallen keren meer geld besteden aan een diamant dan aan gelijk welk ander mooi steentje, omdat het een diamant is? Is het dan niet schandalig dat jaarlijks miljoenen en miljoenen worden geïnvesteerd in diamantenmijnen en mensen in erbarmelijke omstandigheden moeten werken voor de ontginning? Diamanten, goud, ivoor en kruiden waren pasmunt tijdens het koloniale tijdperk, maar ook nu nog worden regio's uitgebuit voor hun natuurlijke rijkdom. Rijkdom omwille van de mening die wij eraan geven. Rijkdom omwille van de schaarste, nu nog natuurlijke schaarste, maar straks schaarste door van overconsumptie en verspilling. Waarom is een diamant de betere steen, de dominatrix onder de edelstenen?
Neen, ik ben geen overtuigd liefhebber. Ik vind een mooie rots even mooi als een diamantje. Laat die diamant voor anderen maar andere steentjes domineren, maar voor mij niet.

woensdag 5 november 2008

Yes we can!

Iets na zeven was het toen ik via de site van CNN de eerste resultaten zag binnenlopen. Wat mij vooral opviel was dat er nog ongelofelijk veel Yankees voor het kamp van McCain kozen, een pak meer dan ik verwachtte. Maar van zodra meer en meer stemmen binnenliepen, werd duidelijk dat de Verenigde Staten op weg waren om de eerste Afro-Amerikaanse president in de geschiedenis van hun land te verkiezen.
Het volgende waar ik naar uitkeek was Obama's speech. Maar hoezeer ik ook zocht, er was op het net geen rechtstreekse uitzending te vinden voor Canada. Gelukkig kreeg ik rond half tien een berichtje dat de verkiezingen live konden worden gevolgd in de Bloor-cinema, dus sprong ik snel mijn fietsje op om mij naar ginder te begeven. In een mum van tijd zat ik in een tjokvolle cinemazaal samen met een paar duizend politiek geïnteresseerden, om het blauwe democratische balkje vooruit te schreeuwen, tot over de grens van 270 kiesmannen!
Senator Obama is de nieuwe president van de Verenigde Staten Van Amerika. De hele zaal schoot recht als had Canada de 1-0 binnengetrapt in de finale op de wereldbeker voetbal. Mensen begonnen spontaan te wenen, te dansen en te juichen, de woorden van de reporters werden bedolven onder vreugdekreten en konden nog nauwelijks worden gehoord, en al helemaal niet meer worden verstaan.
Eerst was het McCain's beurt om zijn troepen toe te spreken. In een vrij lange, en uiterst grootmoedige speech - in mijn mening de beste die ik hem ooit heb zien geven - respecteerde hij de mening van het volk en beloofde hij zijn beste beentje voor te zetten onder zijn president. Alleen de opmerking dat hij Sarah Paylin als één van de beste campagnevoerders ooit zag, werd op een spontaan hoongelach onthaald.
Maar niet lang daarna was het de beurt aan de toekomstige president van de Verenigde Staten. Begeleid door gejuich en een oorverdovend applaus beklom hij het podium. Een applaus dat tijdens zijn speech nooit volledig zou uitdoven, en opnieuw aan kracht won bijna elke keer wanneer het einde van een zin naderde. De finale van zijn rede werd aangevat met het verhaal van Ann Nixon Cooper, een 106-jarige zwarte vrouw. En telkens wanneer hij een paragraaf afsloot met "Yes, we can!" scandeerden alle aanwezigen uit volle borst als antwoord "Yes we can!
Barack Obama is verkozen tot president van de Verenigde Staten van Amerika, en Toronto zag dat het goed was...

dinsdag 4 november 2008

Pompoenen

In de lage landen heb je er misschien ook iets van gemerkt, maar als je hier in Noord-Amerika rondloopt en je beseft niet dat op 31 oktober Halloween wordt gevierd, dan wordt het dringend tijd dat je een oogarts opzoekt. Neem ook best een taxi richting zijn of haar praktijk, want elke seconde op de openbare weg met een dergelijk slecht zicht kan ernstige gevolgen hebben. Op Halloween rondlopen zonder kostuum voelt aan als in Scoutskleren rondlopen tussen een bende KSA-ers: je hoort er gewoon niet bij, en bovendien is het ronduit belachelijk! Vrijdag voelde ik me zo... Ik had niet echt zin om geld uit te geven voor een pak, en de weinige kleren die ik hier heb zijn eerder om te dragen... en niet zozeer om mij om te toveren tot één of ander monster. Ik had enkel een Vlaamse vlag om rond mijn schouders te slaan, maar daarmee voelde ik mij meer voetbalsupporter dan iets anders. En aangezien onze Vlaamse nationale voetbalploeg niet veel soeps is, heb ik wijselijk besloten die vlag in mijn binnenzak te laten zitten. Maar goed, ik ben de stad ingetrokken tussen een bende zombies, weervolven, vampieren, duivels, batmannen, éénarmige beenhouwers, maar ook tussen skiërs en Sarah Paylins, het is duidelijk dat alles kan - dus misschien was mijn Vlaamse voetbalsupportersidee nog niet eens zo slecht! Na een paar pinten en een aantal gezellige babbels ben ik dan maar naar huis getrokken.
's Anderendaags echter kreeg ik een telefoontje rond zes uur 's avonds met de vraag of ik zin had om mee te gaan naar een cabaret. Het thema was uiteraard nog steeds Halloween, en iedereen werd verwacht zich verkleed aan te melden. Precies 45 minuten had ik om een pak te bedenken, te eten en mij te verkleden, want tegen kwart voor zeven werd ik opgepikt, en dat terwijl ik de dag voordien een aantal uren had gespendeerd op met niets op de proppen te komen... Maar opeens was alles mogelijk. Ik snelde naar de winkel recht tegenover mijn deur, kocht een kilo bloem en een pizza. Ik stak snel de pizza in de oven, nam een douche en probeerde met mijn haar zo goed als mogelijk Robert Smith's kapsel na te bootsen. Ik trok een zwarte T-shirt aan onder mijn kostuum, tooide mij met ontrafeld touw en ging op mijn balkon staan. Want nu was het tijd voor het sluitstuk, de finishing touch. Ik opende het pak bloem, en wierp een handvol in de lucht... haar en kostuum bedelvend onder fijn wit stof... het duurde niet lang voor ik doorhad dat ik mijzelf in mijn creatieve bui in een paar minuten had omgetoverd tot een zombieachtig personage... Met een wijnkurk en een aansteker kon ik mijn oogwallen zelfs nog een beetje accentueren. Ondertussen was mijn eten klaar, ongeveer drie minuten voor ik werd opgepikt! Ik had zondag net iets meer tijd nodig om de bloem van mijn kostuum te stofzuigen...
En als waardige afsluiter van het weekend stond gisteren nog een Smashing Pumpkins concert geprogrammeerd. Tijdens het eerste luik van hun dubbelconcert hier in Toronto speelden mijn favoriete pompoenen in Massey Hall, een schitterende locatie op slechts 500 meter hier vandaan. Je kan de zaal best vergelijken met een uitvergroot NTGent. Zelfs op het tweede balkon achteraan hadden we perfect zicht op het podium, en bereikten de klanken van gitaren, drums, orgel, blazers, pauken, viool en stem helder onze trommelvliezen. Naar het einde van de set toe haalden de bandleden zelfs een kazoo boven. Meer dan twee uur lang brachten deze instrumenten een mix van harde rock, trash, intieme salonmuziek, disco en gewoon typische Pumpkins klanken. Absoluut een concert om in te kaderen, misschien zelfs het beste dat ik ooit van hen heb mogen meemaken. En ondertussen heb ik spijt dat ik er vanavond niet bij ben voor het tweede luik...

zondag 2 november 2008

Extreem

De ene dag was de gevoelstemperatuur -10 graden Celsius, de dag later bijna 20 graden meer. En deze week voorspellen ze zelfs een mooie Indian Summer met temperaturen die oplopen tot 18 graden. Maar meer en meer haal ik mijn muts uit wanneer ik 's avonds laat door de straten wandel, en een enkele keer had ik zelfs nood aan mijn handschoenen. Wanneer ik vorige week dinsdag de eerste sneeuw van deze winter zag was ik aangenaam verrast. Ik had net een hete espresso in mijn lijf gegoten, en dat maakte het schrille contrast met de barkoude wind alleen maar groter. De temperaturen schommelen hier momenteel zoals het vertrouwen in onze hedendaagse economie. En slechts wanneer je ergens aangekomen bent, vertellen je verkleumde handen of het zweet op je rug dat je weeral niet gepast gekleed was.
Maar aan die extreme schommelingen komt volgens de gelicentieerde Canadezen absoluut een einde. Binnen een paar maanden kan je er van op aan dat je best steeds je winterjas uithaalt, in je geitenwollen sokken kruipt, je muts tot over je oren trekt, je handschoenen stevig aansluit rond de mauwen van je jas, en met je sjaal probeert alles te bedekken dat nog bloot staat aan de barre temperaturen. De luchtvochtigheid die in de zomer voor tropische taferelen zorgt, heeft een omgekeerd effect in de wintermaanden. Wanneer we bijvoorbeeld vorige week gevoelstemperaturen tot - 10 graden opmaten, was het slechts -3 onder thermometerhut. Ik ben benieuwd wat dat zal geven in februari, wanneer die beschutte thermometer nog eens 15 graden kouder aanduidt.
Maar dat is niet het enige extreme hier in de stad. Het is al een aantal weken geleden, maar op 23 september ben ik voor het eerst naar een vergadering geweest van de plaatselijke XP groep - voor diegenen die denken dat dit met Bill Gates te maken heeft, absoluut verkeerd! In een gebouw van de Ryerson Universiteit, één van de drie universiteiten die Toronto rijk is, participeerde ik in een sessie over leiderschap. Zowel de uitwerking van het topic, de vragen uit het publiek, en de geëtaleerde kennis ter zake van de spreker bleken slechts een afkooksel van wat ik mij had voorgesteld, ook al was de avond in zijn geheel meer dan waardevol. Het uitleggen van een bepaald aspect van leiderschap aan de hand van een spel werd als revolutionair ontvangen. Aan de toog werden mijn vermoedens alleen maar bevestigd: het niveau kan hier nog een pak worden opgekrikt! En ik beloofde onmiddellijk daaraan mee te willen werken!
Vorige week dinsdag was het al zover. Als één van de weinigen van de groep had ik de conferentie in augustus bijgewoond, dus werd ik bijna automatisch gebombardeerd tot spreker van de lightning talks, een sessie over de interessante en vernieuwende dingen die op die conferentie aan bod kwamen. Ik wist dus al bijna een maand dat vorige week dinsdag hét moment zou zijn en ik tegen 7u 's avonds mijn podiumdebuut zou maken in Toronto, onder de kritische blik van een aantal belangrijke prospects. Maar net zoals vroeger op school, sloeg de klok al 2 uur in de namiddag, en ik was nog steeds geen stap verder.
Dus ik nam mijn documentatie op, mijn laptopje, en ik zocht een paar honderd meter verder mijn recent ontdekte lievelingsbistro op. "Uno espresso doppio, per favore. Special Blend." Tussen een paar werkende dames aan een oude renaissance-achtige tafel, opende ik mijn laptop. De muziek op de achtergrond leek sterk op Sigur Rós, de sfeer ontspannen en sereen. Totaal afgeschermd van de gebruikelijke stoorzenders kreeg mijn presentatie al snel vorm, en ik motiveerde mijzelf door slechts van mijn espresso te nippen, telkens ik een nieuwe slide had afgewerkt. In minder dan twee uur was mijn presentatie klaar, in grote lijnen voorbereid - da's al meer dan wat ik gewoonlijk doe - en had ik ook een document klaargemaakt om uit te delen aan de aanwezigen.
Daarna buitenkomen en de eerste sneeuw van het najaar op mijn aangezicht voelen, gaf een zodanige energiestoot dat de presentatie al helemaal niet meer verkeerd kon uitdraaien. Dit werd bevestigd tijdens de verplichte pint erna. Blonde Leffe van 't vat. Zaaaaaalig! Een beetje België... De dames op de vergadering bleken niet echt geïnteresseerd in een pint achteraf, dus de onderwerpen beperkten zich vooral tot bier, auto's en seks... net zoals overal ter wereld als je drie of meer mannen samenzet, van gelijk welk pluimage, met gelijk welk salaris en ze voldoende bier opgiet. En jawel, dezelfde verhalen doen ook hier de ronde, dezelfde opschepperij over hoe groot of hoe klein, hoe veel of hoe weinig, hoe rap of hoe traag, hoe goed of hoe slecht... Maar uiteindelijk kwamen we wel tot één conclusie. Er is nood aan een internationale standaard voor het formaat van een pint! Voila!

maandag 27 oktober 2008

Gratis en voor niets!

Wanneer ik een aantal weken geleden de eerste pagina's van Beyond Civilization omsloeg, kon ik mij niet in het minst voorstellen dat ik nu nog steeds met de inhoud van het boek zou bezig zijn. De boodschap die erin wordt verteld laat een zodanige indruk op mij na dat ik het bijna als verplichte literatuur in de engelse les zou aanraden. Ondertussen zijn een paar vrienden en familieleden er naar op zoek in de bibliotheken in België, maar dat blijkt de engelse versie niet zo makkelijk te vinden, en voor zover ik weet is het zelfs niet in het nederlands vertaald. 
Wel, hier is je kans om het boek gratis en voor niets bij jou thuis te krijgen! Ik heb een exemplaar aangekocht om naar iedereen te sturen die het wil lezen. Ben je geïnteresseerd, geef me dan een seintje en ik zet je bij op de lijst. Het enige wat ik van je vraag is het volgende: van zodra je het boek uitgelezen hebt, stuur je het met de gewone post - en uiteraard voldoende gefrankeerd - door naar de volgende op de lijst. Het is dus duidelijk dat ik niet kan beloven wanneer het boek in je brievenbus valt, maar vallen doet het!
Samenvatting
Dit vrij korte non-fictie verhaal verklaart vanuit een heel specifiek, maar interessant standpunt hoe onze huidige samenleving tot stand is gekomen. Het is eigenlijk een uitleg van de boodschap die Daniel Quinn probeerde neer te schrijven in de drie verhalen Ishmael, The Story Of B en My Ishmael.